Zit jij lekker een toetje te eten jongetje?

Ik was met vrienden uit eten. Een leuke avond, goed eten, gezelligheid en aan het einde natuurlijk nog een toetje. Terwijl we met z'n allen aan tafel zaten, kwam er een oudere mevrouw voorbij. Ze keek een aantal keer naar mij, staarde met een verbaasde blik nét iets te lang en zag dat ik mijn toetje aan het eten was. Toen zei ze: "Zit jij een lekker toetje te eten jongetje?" Het waren op zichzelf geen heftige woorden. Het zat vooral in de manier waarop ze het zei. Heel vertederend, langzaam en kinderlijk. Eigenlijk dezelfde toon die je misschien gebruikt wanneer je tegen een klein kind praat. En daar zat ik dan. Samen met mijn vrienden konden we er op dat moment gelukkig om lachen. De mevrouw richtte zich vervolgens tot mijn vrienden en vroeg: "Eet hij altijd zulke lekkere toetjes?". Op dat moment werd voor mij nog duijker dat er door het zien van mijn rolstoel en beperking iets veranderde in de manier waarop ik werd benaderd. Ze vroeg het namelijk niet aan mij, maar aan mijn vrienden. Dat gebeurt helaas vaker. Mensen praten anders tegen mij, reageren overdreven enthousiast op heel normale dingen of benaderen mij alsof ik jonger ben dan ik daadwerkelijk ben. Deze situatie is me vooral bijgebleven omdat het verschil zo duidelijk was. Ik deed precies hetzelfde als de rest aan tafel: met vrienden uit eten en een dessert eten. Toch werd ik op een totaal andere manier aangesproken en benaderd. Misschien wilde ze vriendelijk zijn. Misschien had ze niet eens door hoe ze tegen en over mij praatte. Daarom wil ik haar intentie ook niet invullen. Maar de manier waarop het bij mij binnenkwam, was kleinerend. En helaas staat deze situatie niet op zichzelf. Dit soort momenten gebeuren met enige regelmaat.